Geschiedenis
Het ontstaan van: Van den Borne Aardappelen.

Het bedrijf is opgericht door Jan van den Borne in 1952. Voor die tijd had hij samen met zijn vrouw Anna een (boom) fruitgaard in Postel. Ook werkte hij voor Jef Mertens. Jef Mertens had een gemengd bedrijf net op de grens tussen Reusel en Postel bij het reuselshuiske. Hij had vee en teelde zaaigranen. In 1952 kon Jan van den Borne de boerderij van Jef Mertens overnemen.
Jan zette de teelt van zaaigranen voort en hij begon met de mechanisatie. Het maaien deed hij met de tractor en zelfbinder. Daarna werd alles op ruiters gezet, om het graan te laten drogen. Een paar weken later werden deze ruiters in grote mijten of onder paraplu’s gestapeld, zodat deze in de winter konden worden gedorst.
Ook begon hij met de teelt van erwten. Deze werden met de hand gemaaid en op wagens naar de fabriek gereden. Daar werden de erwtenplanten gedorsen. In 1965 kocht Jan zijn eerste combine, hierdoor kon hij zijn areaal flink uitbreiden. Ook begon hij met het telen van suikerbieten voor de suikerfabriek.
Rond 1970 begon Jan ook aardappelen te telen. Dit waren Saturnas voor de chipsindustrie ( Golden Wonder ).Deze werden gezamenlijk met een paar andere boeren machinaal gerooid en gesorteerd. In 1972 bouwde Jan in Reusel een nieuwe boerderij voor Anna en de kinderen, omdat hij hier wel stroom en stromend water kon krijgen. Omstreeks 1974 werden de aardappelen geteeld voor Nestlé in Venray. Hiervoor had hij samen met zijn broer Janus van den Borne machines gekocht.
In 1978 nam zijn zoon Louis van den Borne de helft van zijn bedrijf over. Louis ging samen met zijn vrouw in de boerderij in Postel wonen. In 1979 kwam eindelijk ook elektriciteit in het Reusels Huiske. Er werd toen begonnen met de verbouwing die 5 jaar later leidde tot de opening van restaurant "De Postelsche Hofstee". Ook het huis van Poppeliers ( tegen de Reuselseweg ) werd in die tijd verbouwd tot woning voor Jan en Anna van den Borne. In 1982 verhuisde Louis en zijn vrouw naar Reusel.
Louis Van den Borne stopte in 1983 met het telen van graan en ging verder met de teelt van erwten. Een jaar later begon hij ook met schorseneren voor La Corbeille. Hij teelde de aardappelen nog steeds voor Nestlé. Dit waren de rassen: Bintje, Mentor en Prominent. Deze werden afland geleverd. Hij begon ook met de teelt van herfstpootgoed. Deze werden gepoot rond 1 augustus en gerooid begin november. Daarnaast teelde hij ook nog bonen voor Jonker Fris, suikerbieten en maïs.
Louis had inmiddels alle machines aangeschaft die nodig waren voor de aardappelteelt aangeschaft, zodat hij deze teelt volledig zelf kon uitvoeren. De gewasbescherming voerde hij zelf uit met zijn Allaeys gedragen veldspuit. Ook rooide hij zijn aardappelen zelf met een Wühlmaus rooier. In 1984 begon hij met langer bewaren in de kuil.
In 1987 stopte Louis met het telen van aardappelen voor Nestlé en ging hij vrij telen. Hij bouwde zijn eerste aardappelbewaarplaats en sorteerloods en ging sorteren. De ondermaten gingen naar Firma Grobendonk en Dutch potato in Werkendam ( nu Mc Cain). De 50+ verkocht hij aan Farm Frites in Lommel. Deze bracht hij zelf weg met de tractor. Eerst met een aanhanger van 20 ton. Later rond de jaren ‘90 kocht hij zijn eerste oplegger van Theo Bos (nu Farmtrans). Hiermee kon hij in een keer 33 ton vervoeren. De pootgoedteelt was inmiddels een voorjaarsteelt geworden in plaats van een herfstteelt.
Begin jaren ‘90 werd er door Farm Frites in Lommel een nieuwe fabriek gebouwd (Farmo).Deze fabriek kon ook ondermaten verwerken, zodat we stopten met leveren aan Frima Grobendonk en alle aardappelen naar Lommel reden. Ook het machinepark was sterk verbeterd rond 1990. De oude Hassia pootmachine werd ingeruild voor een Gruse pootmachine met elektronische trillers. De gewasbescherming deed hij met een getrokken Cebeco spuit van 33 meter.
Ook de Wühlmaus rooier had plaatsgemaakt voor een Grimme dls 1500 aardappelrooier. Alle aardappelen werden opgeslagen in de schuur of in kuilen van 200 ton per stuk.

In 1995 werd er een nieuwe aardappelbewaarplaats gebouwd van 4000 ton op volledige roostervloer. De aardappelteelt werd een steeds groter deel van het totale areaal. Ook het machinepark stond niet stil. Louis kocht een grote Fendt om te ploegen met een 5 schaar (rondgaande)ploeg met vorenpakker en om zijn aardappelen naar de fabriek te brengen.
Ook voor het poten en het rooien waren nieuwe machines aangekocht. Het poten werd gedaan met een Fendt 512 en een Grimme pootmachine. Ook het rooien gebeurde met de Fendt 512 en een Grimme dls 1700 getrokken wagenrooier met frontklapper.


In 2004 werd er gestart met de bouw van een nieuwe aardappelloods van 12000 ton. Deze werd opgeleverd in oktober. Door deze bouw werd de bewaring in kuilen beëindigd en alles ingeschuurd.

In het voorjaar van 2006 zijn we voor het eerst begonnen met het poten en aanaarden in een werkgang. Door deze techniek sparen we extra veel tijd uit en hebben we minder last van groene aardappelen. Ook hebben we de spitmachine aan een kleinere tractor uitgeprobeerd.
In het najaar van 2006 kochten we de eerste AVR Puma prototype 4 rijige aardappelrooier. De oude Solanum voldeed niet meer aan onze capaciteit en reinigingswensen. In overleg met AVR hebben we toen besloten om een nieuwe machine te testen. Omdat het een prototype was, hebben we voor de zekerheid met twee machines gerooid. De nieuwe rooier had uitstekend gewerkt boven alle verwachtingen.
Ook de sorteerinstallatie was in de loop der jaren gegroeid. Om een hogere capaciteit te halen, werd er op de stortbak al voorgesorteerd, zodat alleen de ondermaten door de sorteerder moesten. Op deze manier konden we 70 ton per uur sorteren. Ook voor het transport naar Lommel hadden we inmiddels nieuwe onderlosser gekocht. Deze nieuwe trailers waren veel lichter dan onze oude trailers, zodat we meer aardappelen konden vervoeren met hetzelfde totaal gewicht.
Begin april 2007 brak ook het voorjaar weer los. Gelukkig hadden we alle benodigde machines die verloren gegaan waren in de brand nog op tijd geleverd gekregen. We hebben dat voorjaar als proef voor het eerst geploegd met de Lemken Varitansanit Hybride 7 schaar ploeg. Deze ploeg heeft een hogere capaciteit en een lager brandstof verbruik per ha. Ook de Hassia pootmachine werd ingeruild voor de + versie, die op veel punten was verbeterd ten opzichte van onze eerste Hassia.
In het voorjaar van 2008 hebben we vooral geïnvesteerd in grotere werkbreedtes. Dit vooral om meer capaciteit te halen, maar ook voor minder slijtage en lager brandstofverbruik per ha.
Sinds 2009 zijn we importeur van het Duitse GPS-systeem 'Reichhardt'. Kijk voor meer informatie hier over op www.landbouwgps.nl. Ook hebben we de wasmachine ingeruild voor een nieuwe machine deze heeft meer capaciteit maar vooral een betere werking. De capaciteit is gestegen van 90 ton per uur naar 150 ton per uur waarbij de kwaliteit van het wassen is verbeterd.

In 2010 hebben we het samenwerkingsverband making sense opgericht. Dit samenwerkingsverband tussen WUR, TTW , BLGG en onszelf hebben we opgericht om zoveel mogelijk data van een proefperceel te verzamelen en daarna te combineren om tot bemestingsformules te komen op basis van precisilandbouw data.

Ook hebben we in het najaar een zout / kleibad aan onze wasserij toegevoegd. Hiermee kunnen we glazige aardappelen (Dit zijn aardappelen met heel weinig drogestof) uitsorteren.













