Welkom > Projecten > Making Sense 

Het project “Making Sense’’

Making Sense is opgedeeld in de onderstaande paragrafen. Klik op de titel om naar de paragraaf te gaan.
 
Wat is “Making Sense”?
 
“Making Sense’’ is een samenwerkingsverband met BLGG AgroXpertusTTW (Adviesbureau akkerbouwgewassen) , WUR(Wageningen Universiteit) en Van den Borne aardappelen. Het project genaamd “Slim boeren met sensoren’’ is gestart in 2010 en heeft een looptijd van 4 jaar en vindt plaats op meerdere bedrijven. “Making Sense”  heeft als algeheel doel. Bijdragen aan de ontwikkeling van een precisiemanagementbeslismodule voor de bodemvruchtbaarheid en bemesting van akkerbouwgewassen op basis van:
 
  • Fysische,chemische,biologische bodemvruchtbaarheid;
  • Bodem en gewas-sensor beelden;
  • Klimaatgegevens;
  • Bodem- en gewasrekenmodellen.
 
Onderzoeken komen in samenspraak met alle betrokken partijen tot stand (figuur1). De opgedane kennis vanuit het project “Making Sense’’ kan voor de betrokkene partijen in de bedrijfsvoering betrokken worden.
 
 
             Figuur 1: Betrokken partners Making Sense’’
 
 
 "Making Sense" bij van den Borne?
 
Begin 2010 zijn we begonnen met het project op ons bedrijf. De doelen van 2010 waren als volgt:
 
1. variatie in de bodem vastleggen;
2. vergelijken verschillende sensoren;
3. variatie in gewasopbrengsten vastleggen met behulp van sensoren.
 
Het proefperceel
Achter ons bedrijf hebben we een proefperceel (10 hectare) gekozen dat de komende 4 jaar voor het project ingezet wordt. Het proefperceel is gelegen naast ons bedrijf. Dit perceel was vroeger opgedeeld in 3 percelen. 1 perceel tegen de Postelsedijk en ongeveer zo diep als nu de bebouwing. De ander 2 percelen lagen daar achter met in het midden een sloot.
 
In de loop van de tijd is van deze 3 percelen 1 perceel gemaakt en zijn de sloten gedempt en de grond gedraineerd. Tijdens het bouwen van de aardappelbewaarloodsen is de grond die vrij gekomen is gebruikt om de lage stukken op te vullen. De witte plek die in het midden van het perceel zichtbaar is, is witte zand die uit de kelder ondergrond van de laatste schuur kwam. Hiermee hebben we de lagere plek opgehoogd en de grond verschraald zodat we hopen deze beter bewerkbaar te krijgen. (zie onderstaand figuur 2)

                                                         Figuur 2: Proefperceel "Making Sense
 
In stappen wordt hieronder uitgelicht hoe we de proef van 2010 tot stand hebben gebracht.
 
Stap 1: Variatie in kaart brengen
Als eerste hebben we variatie in kaart gebracht door kleurverschil op de Google Earth foto in zones te tekenen. Aan de hand van deze kaart zijn grondmonsters genomen en is onder andere het organische stof gehalte bepaald. De organische stof gehalte liepen van 0.8 in de witte zandkop tot 3 % in de donkere grond voor tegen de weg.
 
De hoogte verschillen in het perceel zijn in kaart gebracht met RTK-gps tijdens het uitzetten van de spuitpaden. De hoogte varieert van 31.8m tot 33.7 m boven zee spiegel. Ook hebben we met de penetrometer de bodem weerstand in kaart gebracht (zie onderstaand figuur).
 
 
          Hoogte kaart proefperceel                         Penetrometer                Bodemweerstand kaart van proefperceel
 
Nadat de bodemweerstand kaart van het proefperceel was gemaakt is het perceel diep (60 - 80 cm) gewoeld op de plekken die de hoogste verdichting aangaven. 
 
Stap 2: Bewerken perceel
Het gehele perceel is bemest met vleesvarkensdrijfmest. Daarna is het perceel gespit en zijn de aardappelen gepoot met behulp van ons RTK-gps systeem. Tijdens het poten is er kunstmest toegediend en tijdens de onkruidbestrijding is er vloeibare kunstmest toegediend.
 
Stap 3: Bemestingstrappen en proefveldjes aanleggen
Hiermee wordt bedoelt het aanleggen van stikstoftrappen op het proefperceel om de uitwerking hiervan op het gewas en in de sensoruitslagen te kunnen detecteren.Zie figuur hiernaast.
 
Stap 4: Gewasanalyses
Gedurende het seizoen zijn er door verschillende partijen gewasanalyses uitgevoerd.
 
DLV plant heeft de volgende analyses uitgevoerd:
  • Brixwaarde (suikers)
  • EC
  • pH
  • Nitraatgehalte
  • Kaliumgehalte
 

TTW heeft de opkomstdatum en plantaantallen vastgesteld. Verder hebben zij iedere twee weken de volgende analyses uitgevoerd:

 
  • Gewaslengte
  • Stadium
  • Plantbalans = loof, wortel, knolgewicht
  • Ontwikkeling kwaliteit
  • Vochtpercentage van de grond       
  • Grond en gewas analyse
 
BLGG heeft de variatie in textuur en hoogteligging geanalyseerd. Ook hebben zij grond- en gewas analyses uitgevoerd van de proefvakken in het proefveld.
 
Alle uitkomsten van deze analyses zijn bedoeld als referentiepunt om de verschillende sensoren te testen.
                                                                                                                        Bemestingstrappen en proefveldjes
 
Stap 5: Close Sensing vergelijking
Gedurende het groeiseizoen van de aardappelen is er bij elke bespuiting een sensorscan gemaakt van het perceel. Dit houdt in dat met verschillende sensoren de vegetatietoestand in kaart is gebracht. In het onderstaande figuur is te zien welke sensoren er gebruikt zijn. 
 
                                        
                                                              Gebruikte sensoren tijdens het seizoen 2010
 
 
                                                       Voorbeeldscan Greenseeker (NDVI)
 
Deze manier van meten wordt ook wel Close Sensing genoemd. Wil je meer weten over Close Sensing? Klik dan op deze link

Stap 6: Remote Sensing vergelijking

Ook zijn er tijdens het teeltseizoen enkele zeer hoge resolutie satellietbeelden van het perceel gemaakt die de vegetatietoestand van het gewas ook in kaart brengen (zie onderstaand figuur). De resolutie van deze beelden is 1m2 tot 100m2. Deze manier van meten wordt ook wel Remote Sensing genoemd. Meer weten over Remote Sensing? Klik dan op deze link.
 
 
                                     TerraSphere high resolution satellite scan en Mijn Akker scan (WDVI)
 
Stap 7: Analyseren van data
De laatste stap was het vergelijken van alle opgeslagen sensing data (remote en close sensing) ten opzichte van de uitkomsten van de gewasanalyses. Klik op deze link om de resultaten te bekijken.
 
"Making Sense" 2011
 
In het najaar van 2010 nadat de aardappelen gerooid waren is er op het proefperceel gras gezaaid voor een tweejarige proef om te kijken hoe we optimaal gras kunnen telen.
 
Het stappenplan ziet er per jaar ongeveer het zelfde uit als dat van 2010:
 
1.    Bemonstering weerstandmetingen en bodem scans na de aardappelteelt
2.    Aanleggen bemestingtrappen en proefveldjes
3.    Gewasanalyses
4.    Close en remote sensing
5.    Elke snede wordt geoogst met opbrengstmeting
6.    Aan de had van scans en opbrengstmeting worden verschillende strategieën voor bij bemesting getest en daarna met
      opbrengstmetingen gecontroleerd.
7.    Deze test loopt ook in 2012 door
 
 
 
 
 
 
 

 

 

Webdesign door GSD