Welkom > Precisielandbouw > Opbrengstmeting > Opbrengstmeting in aardappelen 

Opbrengstmeting in aardappelen

  

Wat is Opbrengstmeting en hoe werkt het?

 

Sinds 2004 maken wij gebruik van opbrengstmeting. De techniek achter de opbrengstmeting is afkomstig uit de oogst van graan en voedergewassen, hier worden de systemen al verscheidende jaren in de praktijk gebruikt. Bij opbrengstmeting wordt de hoeveelheid geoogst product gemeten binnen een perceel, waarna de variatie binnen een perceel vast te stellen is. Naast opbrengstmeting in aardappelen kan dit uiteraard ook plaatsvinden in andere (rooi)gewassen.

 

Opbrengstmeting kan worden uitgevoerd met weegsensoren of door het aandrijfkoppel te meten van een transportbandaandaandrijving. Met opbrengstmeting op aardappeloogstmachines wordt in praktijkprojecten ervaring opgedaan. Bij rooigewassen verstoort tarra (loof, grond, stenen, etc.) namelijk de meting van de gewasopbrengst.

 

De techniek achter de opbrengstmeting werkt door een combinatie van verschillende zaken als een GPS-ontvanger, een opbrengstsensor in de oogstmachine, en een gebruikersterminal in de cabine.

  

De opbrengstmetingen komen tot stand door middel van een aantal metingen:

 

  • Krachtmeting;
  • Toerenteller.

 

  

 

Bij A en B staat de krachtmeter afgebeeld. Aan de hand van dit punt wordt de kracht gemeten die op de rol komt, deze zit tussen de bunkerband gemonteerd. Dit wordt gemeten door het buigmoment A. Hier bevindt zich een elektrische plaat en door buiging geleid deze minder stroom waardoor het buigmoment bepaalt kan worden aan de hand van een ijk-curve. Bij punt C wordt de toeren/min gemeten die de rol draait. Dit vindt plaats aan de hand van een inductieve sensor die aan de hand van de drie boutkoppen de toeren van de rol meet. De meter wordt gemonteerd tussen de tussenband van de opvoerelevator naar de bunker. Dit wordt bij punt B weergegeven. Met deze gegevens kan er een opbrengstmeting plaatsvinden. Aan de hand van een GPS-ontvanger wordt de locatie geregistreerd van de machine en sensoren registreren de opbrengst. De job-computer verwerkt de ruwe data die binnenkomen vanuit de sensoren en koppelt de opbrengsten aan de GPS-locatie en het tijdstip. In de gebruikersterminal worden de data opgeslagen op een datacard en kan de gebruiker informatie toevoegen, zoals de naam van het perceel. De meetresultaten zijn meestal direct op een display in de cabine af te lezen.


Buiten deze onderdelen op de machine hoort software op een PC bij de toepassing om de datacard uit de gebruikersterminal te lezen en kaarten te maken van de data. Deze software wordt meegeleverd met het meetsysteem, een voorbeeld is GreenStarTM en Apex van John Deere. Het wordt geïnstalleerd op de PC. Voor het verwerken van de data is soms merkspecifieke software nodig. Dit betekent dat de data die uit een job-computer van het ene merk komen alleen kunnen worden verwerkt met één bepaald software pakket.
Na verwerking van de data komt er een opbrengstkaart tot stand. Een voorbeeld van een opbrengstkaart is in de volgende figuur weergegeven. In deze afbeelding staan verschillende kleuren weergegeven. De groene kleur is een goede opbrengst hoe groener hoe beter de opbrengst. Hoe feller de kleuren hoe slechter de opbrengst.

 

 

Wat doen wij ermee?

 

De reden waarom wij hebben overwogen opbrengstmeting toe te passen, is om alles wat we doen op het gebied van precisielandbouw (Remote- en Close Sensing) te controleren met opbrengstmeting. Daarnaast gebruiken we het om meer inzicht te krijgen in de opbrengstvariatie binnen onze percelen.

 

 

 

 

Webdesign door GSD