TEELTHANDLEIDING Asterix, Nederland

ALGEMEEN

Kruising: Cardinal x SVP VE 70-9

Kweker: Kweekbedrijf ROPTA-ZPC

Asterix is een vrij laat ras (5) met een middenvroege knolzetting. De knollen zijn langovaal en roodschillig en de vleeskleur is lichtgeel. Het knolaantal per plant is vrij hoog (12-14) en het onderwatergewicht ligt gemiddeld hoger dan Bintje. Asterix is geschikt om te telen op zowel klei als zandgrond. Onder goede bewaarcondities is Asterix afkomstig van de kleigronden bewaarbaar t/m mei-juni.

De loofontwikkeling is snel en goeddekkend. Het loof is middelmatig hoog en stevig.
 

 


RESISTENTIES
 

AM Wratziekte Phyt.loof Phyt.knol Blauw Schurft
Ro 1 R (fysio 1) 5 8,5 7,5 6

‘Asterix kan onder bepaalde omstandigheden een tweede en/of derde knolzetting geven. Asterix is echter niet gevoelig voor doorwas.
 

 


PLANTAFSTANDEN / VOORBEHANDELING POOTGOED

Bij pootgoedontvangst, pootgoed droog bewaren en condensatie voorkomen in verband met de gevoeligheid met zilverschurft.
Asterix kiemt vrij vlot. Het geven van een warmtestoot is echter aan te raden, wat kan leiden tot een vervoeging van het gewas.
 

Pootgoedmaat 28/35 35/50 50/60 (gesneden)
Plantafstand 28-32 cm 36-40 cm 34-38 cm

Dezelfde pootdiepte aanhouden als bij het ras Bintje. Asterix heeft niet de neiging hoog in de rug te groeien. Vanwege de hoge opbrengst en grofte is goed aanaarden wel belangrijk.
 

 


BEMESTING
 

Stikstof : Asterix heeft duidelijk een lagere stikstof behoefte dan Bintje, namelijk ± 20% lager. Een teveel aan stikstof kan de opbrengst en de kwaliteit negatief beïnvloeden Het is raadzaam om rekening te houden met de toegediende organische mest. Een stikstofdeling is aan te bevelen. 2/3 als basisbemesting en 1/3 als overbemesting ruim na de knolzetting. Bijbemesten is tot laat in het seizoen mogelijk.
Fosfaat: Volgens advies bodemonderzoek.
Kali: In verband met het vrij hoge onderwatergewicht en de lange vorm verdient de kali-bemesting extra aandacht ter voorkoming van blauw.
Bij een Kali-getal van 15-20:
circa 750 kg Kali 60 nov.-febr. en 250 kg. Kali 60 tussen poten en frezen. Daarnaast nog 200 kg kali 60 1 week voor sluiten gewas.
Bij een Kali-getal van 20-25:
circa 500 kg Kali 60 nov.-febr. en 250 kg Kali 60 tussen poten en frezen. Daarnaast nog 200 kg kali 60 1 week voor sluiten gewas.
Bij een Kali-getal van > 25:
circa 250 kg Kali 60 nov.-febr. en 150 kg Kali 60 tussen poten en frezen.
Op lichtere gronden verdient het aanbeveling alle Kali in het voorjaar te geven (febr-maart) in verband met uitspoeling.
Magnesium Asterix is magnesiumbehoeftig. Bij twijfel over beschikbaarheid kan preventief toedienen van magnesium opbrengst reductie voorkomen.

 

 


GEWASBESCHERMING

Onkruidbestrijding met Sencor heeft geen nadelige gevolgen.

Phythophthora bestrijding
Hoewel Asterix een redelijke resistentie heeft tegen Phythophthora in de knol en een matige resistentie in het loof is een regelmatige bespuiting noodzakelijk. Geadviseerd wordt een zelfde spuitschema aan te houden als bij het ras Bintje, met eventueel een iets verlaagde dosering.

Luizenbestrijding
Asterix is een virus gevoelig ras. Een behoorlijke besmetting kan tot een opbrengstderving leiden. Het is daarom raadzaam uw gewas regelmatig te controleren en aan de hand hiervan een luizenbestrijding uit te voeren.

Loofdoding
Vanwege de sterke loofontwikkeling is een loofdoding in twee keer aan te bevelen. Na loofdoding is het belangrijk om de knollen voldoende te laten afharden. Dit ter voorkoming van rooibeschadiging. Geadviseerd wordt om 2,5 tot 3 weken met rooien te wachten na doodspuiten.
 


INSCHUREN EN BEWARING

Tijdens het rooien de schudders zo weinig mogelijk gebruiken en de valhoogtes tot een minimum beperken. Dit geldt ook voor het inschuren.

Indien u toch gebruik maakt van een kiemremmingsmiddel tijdens het inschuren dan dienen de knollen velvast te zijn, want Asterix is gevoelig voor poederbrand. Het is daarom raadzaam om een voldoende lange afhardingsperiode in acht te nemen (2,5 tot 3 weken.) Het gebruik van kiemremmingsmiddelen tijdens het inschuren wordt afgeraden vanwege de gevoeligheid met poederbrand.

Wanneer Asterix in een redelijk afgerijpt stadium geoogst wordt, kan bij een bewaartemperatuur van 8°C een goede verwerkingskwaliteit worden gehandhaafd. Langdurige bewaring bij 8°C kan echter alleen worden gerealiseerd met ondersteunende mechanische koeling.

Omdat men nooit zeker is hoe het fysiologische stadium van de knollen is gesteld op het oogsttijdstip is het veiliger een glijdend bewaarregime van 14 -> 8 -> 14°C na te streven.
Een glijdend temperatuurregime kenmerkt zich door na de wondheelperiode, bij 14°C, geleidelijk af te koelen met ongeveer 1°C per week naar een niveau van 8°C. Bij aflevering voor januari wordt geadviseerd de aardappelen niet verder terug te koelen dan 10°C.

De bewaartemperatuur wordt in de winterperiode zo constant mogelijk gehandhaafd. Om CO2-ophoping te voorkomen wordt geadviseerd iedere dag lucht te verversen. Dit kan bijvoorbeeld door 10 minuten per dag extern te ventileren rekening houdend met de buitentemperatuur.

In het voorjaar wordt weer begonnen met een geleidelijke temperatuurstijging met ca. 1°C per week naar maximaal 14°C.

Met deze bewaarfilosofie kunnen grote temperatuurschommelingen worden voorkomen, terwijl ook de ophoping van reducerende suikers wordt beperkt.