Bewaarprincipe

Bewaring van aardappelen is opgedeeld in de onderstaande vijf paragrafen. Klik op de titel om naar de paragraaf te gaan.

 

Bewaring van aardappelen bij Van den Borne
 
Het goed bewaren van aardappels is geen gemakkelijke opgave. Verschillende factoren zijn van belang tijdens het bewaren. Dit hangt af van factoren zoals teelt verloop ,oogst tot het type bewaring. Daarom proberen we inzicht te geven wat er nodig is om aardappelen op een kwalitatieve manier te bewaren.
 
In het najaar van augustus tot november worden onze aardappels geoogst. De geoogste aardappels worden opgeslagen in onze bewaarloodsen waar ze tussen de 2 en 6 maanden verblijven. Van oktober tot en met april worden onze aardappelen uitgeschuurd om geleverd te worden aan onze afnemers. Onze afnemers bepalen wanneer ze onze aardappelen nodig hebben. Wij wassen en sorteren daaropvolgend de gewenste aardappelen voor onze klanten.

 

Aardappelbewaring betekent:
De geoogste kwaliteit zo lang mogelijk handhaven en de verliezen tot een minimum te beperken. De aardappel is een levend organisme dat ook tijdens de bewaring verder ademt. Lage temperaturen kunnen die ademhaling vertragen en de aardappel rustig houden. De temperatuur , relatieve luchtvochtigheid en CO2 concentratie in de bewaarplaatsen kunnen gestuurd worden met het oog op minimale gewichts- en kwaliteitsverliezen.
 
Het bewaarproces
Het bewaren van aardappelen vraagt kennis van zaken. De aardappelen worden tijdens het bewaarproces door meerde factoren beïnvloed. Hierbij gaat het om:
 
  • Het ras van de aardappel;
  • Groeiomstandigheden op het land;
  • De toegepaste teelttechniek en gewasbescherming;
  • Rijpheid bij de oogst;
  • Omstandigheden bij de oogst.
 
Zodra de aardappelen zijn opgeslagen moet het meest optimale klimaat voor de aardappels worden nagestreefd om de aardappels gedurende een paar maanden te bewaren zonder kwaliteitsverlies.
 

In figuur 1 is het bewaarproces bij ons te zien in de vier belangrijkste fases. In ons bewaarproces kunnen we verschillende fasen onderscheiden:

 
Fase 1: Drogen intern
De eerste fase is het drogen en een homogene temperatuur voor de gehele partij aardappelen zien te verkrijgen. Dit proces duurt bij ons ongeveer één week.
Fase 2: Wondhelen
De tweede fase is het wondhelen van de aardappelen. Zo worden de wonden van de aardappelen geheeld waardoor ze minder kans hebben op infecties/bewaarziektes. Dit proces duurt ongeveer 11 dagen.
Fase 3: Drogen en Koelen
De derde fase is het terug koelen en verder drogen (drogen tot zover nodig is) van de partij aardappelen zodat de aardappelen niet gaan kiemen. Indien de aardappelen teruggekoeld zijn tot 6 a 8 graden is het zaak de aardappelen op deze temperatuur te houden. Dit proces duurt totdat de aardappelen opgewarmd worden om uitgeschuurd te kunnen worden.
Fase 4: Opwarmen
Het opwarmen van de partij aardappelen gebeurd ongeveer vijf dagen voordat ze uit de bewaarschuur gehaald worden om afgeleverd te worden bij de afnemers. Opwarmen van de aardappelen is nodig omdat aardappelen bij lage temperatuur gevoeliger zijn voor beschadigingen.
 
Figuur 1: Bewaarproces in fases bij Van den Borne 
 
Het oogsten en inschuren moet voorzichtig gebeuren om beschadigingen (bijvoorbeeld stootblauw) te voorkomen. Om te voorkomen dat aardappelen gaan kiemen, worden ze bewaard op temperaturen rond de 6 a 7 graden. Ook wordt er een kiemremmingsmiddel toegediend tijdens het bewaren van de aardappelen. Het middel dat we gebruiken is CIPC chloor dat we via een vernevelaar verdelen over onze aardappelen (zie figuur 2). In combinatie met intern ventileren wordt het middel door de gehele partij verdeeld.
 
Figuur 2: : Zie plafond; vernevelingsinstallatie om kieming te remmen
 
Bewaarprincipe bij Van den Borne
 
In onze bewaringen maken wij gebruik van het volledige roostervloer principe. Dit houdt in dat de gehele vloer onderkelderd is. De vloer zelf bestaat uit betonnen ventilatieroosters (zie figuur 3).
 
Figuur 3:Schematische weergave onderkeldering roostervloer 		     	               Bron: Praktijkgids voor bewaring 
 
De diepte van de onderkeldering bedraagt ongeveer 50 tot 70 cm. De bodem van de onderkeldering is bij dit systeem meestal niet hellend en de afstand tussen de sleuven zijn allemaal gelijk. De ventilatoren zijn bij ons horizontaal geïnstalleerd (zie figuur 5 en 6). Dit systeem heet het drukkamer systeem (figuur 4). De lucht wordt in de drukkamer geblazen en stroomt van hieruit in de kanalen. Hierbij is het belangrijk dat alle kanalen afsluitbaar zijn. Bovendien moeten aan de onderzijde van de ventilatoren kleppen worden aangebracht om indien nodig ventilatoren in of uit te schakelen. Het voordeel van dit systeem is dat de hoeveelheid lucht gevarieerd kan worden. Dit gehele systeem is afkomstig van Tolsma.   
 
Figuur 4: Schematische weergave drukkamersysteem  Bron: praktijkgids voor bewaring
 
 
 
Figuur 5: Drukkamer in onze bewaringFiguur 6: Ventilator in de drukkamer
 
Ventilatie systeem
 
Een goede aardappelbewaring vereist een optimale beheersing van het bewaarklimaat. Met een goed ventilatiesysteem kunnen in elke fase van aardappelbewaring de meest ideale luchtcondities worden gecreëerd. Ventilatie maakt het mogelijk de aardappel te drogen, koelen, gewichtsverlies te beperken en op temperatuur te houden. Zo wordt de ontwikkeling van ziekten tegengegaan, kieming onderdrukt en kwaliteit gehandhaafd. Voor een goede bewaring van aardappelen is een capaciteit van 100 m3 lucht per uur per m3 aardappelen voorgeschreven. Als tegendruk wordt meestal 150 Pascal gehanteerd.
 
 
 
 
 
Klimaatcomputers in onze bewaringen
 
Op ons bedrijf maken we gebruik van de klimaatcomputers van Tolsma storage technology (zie figuur 7). Met deze klimaatcomputers worden alle gemeten waarden zoals producttemperatuur, buitentemperatuur, relatieve luchtvochtigheid etc. vergleken met ingestelde streefwaarden en randvoorwaarden. Op grond hiervan worden elektronische signalen gegenereerd die de aangesloten apparatuur aan- of uit schakelen ongeacht het uur van de dag. Het is zelfs mogelijk verschillende programma’s te definiëren voor de verschillende fasen van de bewaring (drogen, wondhelen, inkoelen, op temperatuur houden, opwarmen voor aflevering).
 

 Figuur 7: Bewaarcomputer op ons bedrijf

 

Ventileren kan ook om andere redenen dan temperatuurregeling nodig zijn. Bijvoorbeeld om aardappelen te drogen of om lokale rottingshaarden aan te pakken. Dergelijke aspecten signaleert een automatisch systeem niet. Dus ook bij hypermoderne automatische klimaatregeling hangt het succes van de bewaring in hoge mate af van de waakzaamheid en de deskundigheid van de aardappelteler.

 

 Weer in Control

 
In onze laats gebouwde bewaarloods zit het intelligente bewaarsysteem Weer in Control van producent Tolsma (zie figuur 8). Weer in Control is een optimaliseringsprogramma dat beslissingen neemt voor de ventilatie en koeling op grond van weersvoorspellingen op lange termijn. Met dit programma kan de regeltemperatuur van het product beter worden gecontroleerd waardoor minder gewichtsverlies en een lager energieverbruik wordt bereikt. Deze winst wordt behaald omdat de momenten waarop koude buitenlucht beschikbaar is beter wordt benut. Weer in Control past de instellingen van de klimaatcomputer volautomatisch aan waarbij de buitenluchtventilatie wordt vervroegd of verschoven.
 
Figuur 8: Principeschema Weer in Control

 

 

Manier van bewaren Van den Borne anno 2011
 
De bewaar periode loopt bij ons van eind augustus tot begin april. Alle aardappelen worden bewaard op een volledige roostervloer omdat wij dit het beste systeem vinden. We hebben gekozen voor grote bewaarcellen omdat deze kostprijstechnisch goedkoper zijn. Verder hebben wij extra grote in en- uitlaat luiken laten installeren omdat zo de ventilatiewerking snel om te schakelen is.