TEELTHANDLEIDING Fontane, Nederland

ALGEMEEN

Kruising: Agria x AR 76-034-03

Kweker: Svalof-Weibull, Emmeloord

Fontane is een middenlaat ras (6) met een midden vroege knolzetting. De knollen zijn ovaal, vlakogig, geelschillig en geelvlezig. Het ras heeft een gemiddelde kiemrust en het knolaantal per plant is goed. Klei en zavelgronden zijn de meest geschikte gronden voor de teelt van Fontane.

De loofontwikkeling is vergelijkbaar met een Bintje en is goeddekkend.
 

 


RESISTENTIES
 

AM Wratziekte 1 Phyt.loof Phyt.knol Blauw Schurft
RO 1,4 Vatbaar 5 6 6 5

Fontane is gevoelig voor rooibeschadigingen en heeft een goed onderwatergewicht, waardoor de gevoeligheid voor blauw toeneemt. Het ras is weinig gevoelig voor doorwas.
 

 


PLANTAFSTANDEN / VOORBEHANDELING POOTGOED

Fontane heeft een normale kiemrust. Het geven van een warmtestoot is echter aan te raden om de ogen goed los te krijgen. Er wordt aangeraden de Fontane niet te koud te poten ter voorkoming van opkomstproblemen.

Het afkiemen van het pootgoed wordt afgeraden, omdat bij het afkiemen het aantal knollen per plant kan worden vergroot wat ten nadele kan komen van de grofte.

Bij een eventuele Rhizoctonia aantasting is een behandeling hiertegen altijd zinvol.
 

Pootgoedmaat 28/35 35/50 50/60 (gesneden)
Plantafstand 28-32 cm 34-36 cm 34-38 cm

 

 


BEMESTING
 

Stikstof : De stikstofbehoefte van Fontane is vergelijkbaar met een Bintje en wordt geadviseerd de N-bemesting in twee keer toe te dienen, 2/3 bij poten/frezen en 1/3 als overbemesting.
Fosfaat: Volgens advies bodemonderzoek.
Kali: In verband met het vrij hoge onderwatergewicht verdient de kali-bemesting extra aandacht ter voorkoming van blauw. Voldoende verse kali geeft in de regel minder rooibeschadiging. Op humusrijke zandgronden geen Kali-60 als overbemesting.
Bij een Kali-getal van 15-20:
circa 750 kg Kali 60 nov.-febr. en 250 kg. Kali 60 tussen poten en frezen. Daarnaast nog 200 kg kali 60 1 week voor sluiten gewas.
Bij een Kali-getal van 20-25:
circa 500 kg Kali 60 nov.-febr. en 250 kg Kali 60 tussen poten en frezen. Daarnaast nog 200 kg kali 60 1 week voor sluiten gewas.
Bij een Kali-getal van > 25:
circa 250 kg Kali 60 nov.-febr. en 150 kg Kali 60 tussen poten en frezen.
Op lichtere gronden verdient het aanbeveling alle Kali in het voorjaar te geven (febr-maart) in verband met uitspoeling.

 

 


GEWASBESCHERMING
Onkruidbestrijding: Fontane is matig gevoelig voor Sencor.

Phythophthora bestrijding
Hoewel Fontane een redelijke resistentie heeft tegen Phytophthora in de knol en een matige resistentie in het loof is een regelmatige bespuiting noodzakelijk. Geadviseerd wordt een zelfde spuitschema aan te houden als bij het ras Bintje.

Luizenbestrijding
Een behoorlijke besmetting kan tot een opbrengstderving leiden. Het is daarom raadzaam uw gewas regelmatig te controleren en aan de hand hiervan een luizenbestrijding uit te voeren.

Loofdoding
Laat dus na loofvernietiging het gewas voldoende afharden, in het algemeen betekent dit dat er drie weken gewacht moet worden. Dit is echter wel afhankelijk van de rijpheid van het gewas.
 


INSCHUREN EN BEWARING

Tijdens het rooien de schudders zo weinig mogelijk gebruiken en de valhoogtes tot een minimum bepreken. Dit geldt ook voor het inschuren.

Indien u gebruik maakt van een kiemremmingsmiddel tijdens het inschuren dan dienen de knollen velvast te zijn. De afhardingsperiode na doodspuiten dient dan 3 weken te zijn ter voorkoming van poederbrand.
Wanneer er geen kiemremmer tijdens het inschuren wordt toegediend, wordt geadviseerd de aardappelen zo snel mogelijk te drogen, zodat er gegast kan worden.

Drogen:
Zodanig ventileren dat de partij snel droog is en droog blijft. Probeer de partij daarom tijdens het drogen op een redelijke temperatuur (14 - 18° C) te houden, desnoods met een kachel. Hiermee wordt voorkomen dat, door een te gering temperatuurverschil tussen buitenlucht en product, de vochtopnemende capaciteit van de ventilatielucht verdwijnt. Een ander voordeel van het aanhouden van een wat hogere producttemperatuur tijdens het drogen is, dat het wondhelingsproces bij deze temperatuur door kan gaan.

Wanneer Fontane in een redelijk afgerijpt stadium geoogst wordt, kan bij een bewaartemperatuur van 6,5°C een goede verwerkingskwaliteit worden gehandhaafd. Langdurige bewaring bij 6,5°C kan echter alleen worden gerealiseerd met ondersteunende mechanische koeling.

Omdat men nooit zeker is hoe het fysiologische stadium van de knollen is gesteld op het oogsttijdstip is het veiliger een glijdend bewaarregime van 14 -> 6,5 -> 14°C na te streven. Een glijdend temperatuurregime kenmerkt zich door na de wondheelperiode, bij 14°C, geleidelijk af te koelen met ongeveer 1°C per week naar een niveau van 6,5°C.

De bewaartemperatuur wordt in de winterperiode zo constant mogelijk gehandhaafd. Om CO2-ophoping te voorkomen wordt geadviseerd iedere dag lucht te verversen. Dit kan bijvoorbeeld door 10 minuten per dag extern te ventileren rekening houdend met de buitentemperatuur.

In het voorjaar wordt weer begonnen met een geleidelijke temperatuurstijging met ca. 1°C per week naar maximaal 14°C.
Met deze bewaarfilosofie kunnen grote temperatuurschommelingen worden voorkomen, terwijl ook de ophoping van reducerende suikers wordt beperkt. De geleidelijke temperatuurstijging in het voorjaar kan worden beschouwd als een zeer geleidelijke vorm van reconditioneren waarmee de nog aanwezige koudeverzoeting van de winterperiode grotendeels kan worden weggewerkt.