Gewasmeting

Bij een gewasmeting worden er per meting drie planten uit de grond gehaald. Van de bovengrondse delen van de plant worden de volgende factoren gemeten: de looflengte, het aantal stengels en het aantal blad etages. Hieronder in afbeelding 1 is weergegeven wat er gemeten wordt.


Afbeelding 1: Aardappel monstername

Ook wordt er op de tweede blad etage een meting met de Dual-ex handsensor uitgevoerd en daarnaast een bladsapmeting. De Dual-ex meet de hoeveelheid flavonoïden samen met de blad temperatuur en de GPS positie. In onderstaande foto 1 is de Dual-ex handsensor weergegeven. Foto 2 is het verzamelen van bladsteeltjes om daarna nitraat te meten.

   
Foto 1: Dual-ex handsensor                                                                              Foto 2: Bladsapmetingen

Flavonoïde is een plantenstof die bestaat uit chemische verbindingen die vrije radicalen vernietigt (Buijs, 2015). Daarnaast zijn Flavonoïde verantwoordelijk voor de felle kleur van het aardappelloof. Vervolgens wordt er handmatig blad geplukt om later bladsap analyses uit te voeren. De knollen worden meegenomen om thuis gesorteerd te worden en het onderwatergewicht te meten. Gewasmetingen worden na sluiting van het gewas om de twee weken gedaan. Aan de hand van deze metingen worden groeimodellen opgesteld. Met groeimodellen kunnen er in de toekomst verschillende teelthandelingen bedacht/bijgestuurd worden voor het realiseren van een optimale opbrengst. Hieronder op foto 2 is het proces van sluiting van het gewas weergegeven.



     Foto 2: Sluiting van het gewas