Variabel drijfmest toedienen

In de toekomst kunnen we op basis van directe mestmeting NPK ook variabel drijfmest toedienen. Door de overheid zijn mestnormen bepaald en dit houdt in dat men niet meer mest mag aanwenden dan de normen voorschrijven. De norm voor fosfaat is laag en daardoor moet er precies bemest worden. De basis van het variabel drijfmest toedienen is het fosfaatgehalte van de mest. Doordat de machine de fosfaatgehaltes in de mest meet, kan hij op elke plaats evenveel fosfaat aanwenden. Dit doet de machine door de hoeveelheid mest per vierkante meter te doseren. Wanneer er bijvoorbeeld mest met een laag fosfaatgehalte door de machine gaat, wordt er meer mest gegeven op dat betreffende stuk grond dan wanneer er mest met een hoog fosfaat gehalte toegediend wordt. Op deze manier komt er overal op het perceel dezelfde dosering fosfaat. Omdat de gehaltes stikstof en kali in de mest onafhankelijk variëren van het gehalte fosfaat, varieert de dosering stikstof en kali ook over het perceel. Door de concentraties kali en stikstof in de mest te loggen in combinatie met de hoeveelheid mest en de GPS gegevens, kan de hoeveelheid toegediende stikstof en kali gelogd worden. Hierop kan de teler later zijn kunstmeststrooier aansturen om overal evenveel stikstof en kali te doseren. Hieronder is een foto te zien waarbij drijfmest wordt ingewerkt.


Foto 1: Vredo bemester