Rassen

Klik in het linker menu een van de rassen aan om een complete ras beschrijving te krijgen.

 

De teelt van aardappelen

 

December - januari
 

Snoeien, zagen, kilveren, drain reinigen, slootkanten maaien

Tijdens de winter periode wordt er veel onderhoud aan de percelen verricht. Omdat we in een bosrijk gebied telen, moeten we de perceelsranden regelmatig snoeien tegen beschadiging van de machines en voor meer licht inval op het perceel. Ook wordt de afwatering verbeterd door reiniging van de drains en slootkanten onderhoud. Ook worden er in deze periode grond verbetering uitgevoerd zoals egaliseren, ophogen van lage stukken en storende lagen breken met een dieptandcultivator.

Februari - maart
 

Bemesting door derden

De eerste handeling die plaatsvindt op het land is de bemesting. Voordat de percelen geploegd worden, worden ze bemest met drijfmest. Dit kan runderdrijfmest of varkensdrijfmest zijn. De drijfmest wordt tijdens het uitrijden direct ondergewerkt met een injecteur achter de giertank. De mest dient als voeding voor de aardappelplanten.

Maart - mei
 

Cultiveren, frezen, ploegen, spitten

Na het bemesten wordt het land klaar gemaakt. Dit kunnen we op twee manieren doen. We kunnen de grond ploegen met een vorenpakker. Hierbij wordt de grond gekeerd en vast aangedrukt door de vorenpakker. We kunnen de grond ook spitten met een spitmachine. Hierbij wordt de grond gemengd en vast aangedrukt door de verkruimelrol. Afhankelijk van de grondsoort, het gewas en voorvrucht wordt er voor ploegen of spitten gekozen.

 

April - mei
 

Aardappelen poten

Na de hoofdgrondbewerking worden de aardappelen gepoot. Vooraan de tractor zit een triltand combinatie gemonteerd om het land vlak te leggen. We poten ongeveer tot 7 à 8 km/h. De pootafstand is afhankelijk van de maat en van het ras. Achter de pootmachine is een aanaardkap bevestigd, deze zorgt er voor dat er grote strakke ruggen worden opgebouwd waar veel aardappelen in kunnen groeien.

 

Mei - oktober
 

Gewasbescherming

Nadat de aardappelen zijn gepoot, worden ze ziektevrij gehouden. Dit gebeurt voor de eerste keer als de planten elkaar op de ruggen nog net niet raken. Ze worden gespoten om Phytophthora te voorkomen. We bespuiten de gewassen met en schimmeldodend middel dat er voor zorgt dat de ziekteschimmels de plant niet kunnen infecteren. De aardappelen worden allen maar bespoten als de ziektedruk hoog is. Om dit te kunnen bepalen gebruiken we weerstations. Als het erg warm is hoeven we de aardappelen niet te bespuiten tegen de ziekte omdat deze dan niet voorkomt. 

 

Mei - augustus 
 

Beregening

Bij droogte worden de aardappelvelden beregend. Dit gebeurt aan de hand van het Dacom adviesprogramma met behulp van een elektronische tensiometer die het bodemvocht in kaart brengt. De beregening wordt uitgevoerd met Bauer regenhaspels en pompsets. Al het benodigde water wordt uit putten gezogen. We kunnen ongeveer 25 mm per keer beregenen in 12 uur.

 

Augustus - september 
 

Pootgoed rooien en inschuren

Eind augustus wordt er begonnen met het rooien en verladen van de vroege aardappelen. Dit zijn de aardappelen die we als eerste rooien. Ze zijn nog niet volledig volgroeid en daarom is het loof nog groen. Het rooien doen we met een 4 rijige AVR aardappelrooier. De aardappelen worden met kiepers naar huis gereden en daar over de stortbak waar nog zand wordt uitgezeefd. Daarna worden ze gewassen en afgvoerd naar de frietfabriek.
 

September - november 
 

Consumptieaardappelen rooien en inschuren

Vanaf 20 september wordt er gestart met het rooien en inschuren van de consumptieaardappelen. Ook deze worden gerooid met de 4 rijige AVR aardappelrooier. De aardappelen worden met kippers naar huis gereden en daar over de stortbak (waar nog zand wordt uitgereinigd), via transportbanden de schuur in gedraaid. Elk ras wordt apart in een andere loods opgeslagen.

 

September - april
 

Aardappelen bewaren

Vanaf 20 september worden de aardappelen bewaard in speciale aardappelbewaarschuren. Deze zijn voorzien van ventilatoren en kachels om zo het product droog te krijgen en te kunnen bewaren. Ook beschikken we over apparatuur om het kiemen van de aardappelen tegen te gaan. Begin april zijn alle loodsen weer leeg.

 

Oktober - april 
 

Uitschuren, sorteren en wassen en drogen

Vanaf 1 oktober wordt er ook gestart met het leveren van de aardappelen aan de fabriek. De aardappelen worden dan met de verrijker uit de bewaarschuren opgeschept en in de stortbak gekiept. De stortbak reinigt de aardappelen en transporteert ze via transportbanden naar de sorteermachines. Hier worden de aardappelen in vier maten gesorteerd waarvan één maat (die ze nodig hebben) kan worden gewassen en worden gedroogd. Daarna worden de gedroogde aardappelen automatisch verladen op vrachtwagentrailers.

 

Oktober - april 
 

Leveren van de aardappelen aan de fabriek

Alle aardappelen die in de fabriek in Lommel worden verwerkt, worden door transporteur Farmtrans vervoerd.