Duurzame aardappelbewaring met emissiereductievloer

De opbrengst die een agrariër krijgt voor zijn aardappelen is afhankelijk van verschillende factoren.
Daarvan is de kwaliteit van de aardappel een belangrijk element. De aardappel is een organisme dat leeft. De bewaartemperatuur, temperatuurschommelingen, zuurstof- en CO2 gehalte: het zijn slechts enkele elementen van het complexe proces van het bewaren van de aardappelen die van grote invloed zijn op de kwaliteit. Het bewaren gebeurt in grote opslagloodsen op betonnen vloerdelen met ventilatiesleuven. Via de ventilatiesleuven wordt lucht in de loods en door de hopen aardappelen geblazen. De lucht wordt via afvoerkanalen uit de loods afgevoerd.

Tot op heden waren er alleen betonnen vloerdelen met of zonder ventilatiesleuven. De lucht wordt van een kant in luchtkanalen onder de vloer geblazen en gaat door de sleuven de loods in. Doordat alle vloerdelen dezelfde sleuven hebben is de luchtdruk per kanaal aan de zijde waar de lucht wordt ingeblazen hoger dan in het midden. Aan het einde van de vloer is de luchtdruk het laagst. Dit is terug te zien in de kwaliteit van de aardappelen. De aardappel die achterin de opslag liggen krijgen te weinig ventilatie en koeling waardoor ze te snel ontkiemen, de voorste aardappel drogen te veel uit.

Het in- en uitschuren van de loodsen wordt met grote machines en shovels gedaan. Door het draaien van de banden en het schuiven van de laadbak beschadigen de vloerdelen op het zwakste punt: de ventilatiesleuven. De beschadigingen aan de vloer veroorzaken beschadigen aan de aardappelen bij het storten en uitschuren. Door de gaten in de vloer vallen daarvan stukjes met zand en ander vuil in de luchtkanalen onder de vloer. Beiden vergroten het risico op ziektes.

Doel van het project is het verbeteren van de kwaliteit van de aardappelen met gemiddeld > 5%, de bewaarverliezen met 3% te reduceren, de kans op ziektes te verkleinen en het energieverbruik voor bewaren met 2 tot 4% te verminderen.