Veldleeuwerik

Duurzame landbouw heeft te maken met de grond. In deze grond worden verschillende gewassen geteeld en elk gewas draagt op een bepaalde manier bij aan de kwaliteit van de grond. Duurzame landbouw houdt in, dat er geen achteruitgang mag zijn in de grondkwaliteit en bodemvruchtbaarheid; ook op lange termijn moet je kunnen blijven boeren. Dus: behouden wat je hebt en verbeteren waar mogelijk.

Door de verschillende effecten van de gewassen op de grond, spelen de gewassen en de volgorde waarin ze geteeld worden een belangrijke rol. Het bouwplan is dus belangrijk. Je kijkt veel meer naar de totale cyclus, dan naar een gewas in een bepaald jaar en dit geld ook voor kosten en opbrengsten.

Het begin van duurzaamheid voor een bedrijf is het ontwikkelen van een visie. Waar wil ik over 10 -15 jaar staan? Als dat eenmaal een beetje duidelijk is wordt er elk jaar een plan opgesteld om stap voor stap naar de visie toe te werken: het duurzaamheidsplan. Het duurzaamheidsplan is de basis voor je handelen: “Zeg wat je doet en doe wat je zegt.” Je collega’s en de adviseurs van de afnemers zijn er om je te helpen en te steunen, maar ze zullen je ook uitdagen om er voor te gaan.

In de discussies over duurzaamheid moet je zaken kunnen benoemen en waarderen. We doen dit aan de hand van 10 indicatoren. Je moet wel met elkaar afspreken welke kant de indicatoren op moeten gaan. Elke nieuwe situatie vraagt om een frisse kijk. Wat goed is voor de ene indicator hoeft helemaal niet goed te zijn voor een ander. Duurzaamheid is niet het uitvoeren van voorgeschreven regeltjes maar het continu blijven zoeken naar de beste manier en de beste richting en dat toetsen aan elkaar. In de volgende pagina’s vind je meer over de indicatoren en hun onderlinge samenhang.