Stap 8: UAV sensing

UAV staat voor Unmaned Aerial Vehicle en is niets meer dan een voertuig dat over een perceel vliegt waarbij foto’s worden gemaakt met behulp van een multispectrale camera. Nadat alle foto’s gemaakt zijn worden deze samengevoegd tot een dekkend beeld van het volledige perceel. Het voordeel van UAV sensing is dat je geen last hebt van weersomstandigheden als bewolking terwijl je hiervan wel problemen kunt ondervinden bij remote sensing . Met de beelden die verkregen worden via UAV sensing kunnen taakkaarten ontwikkeld worden door de teler. Met deze taakkaarten kan variabel worden bijbemest of bijvoorbeeld loof worden doodgespoten. Hieronder staat een afbeelding van een drone met een multispectrale camera.



Bij Van den Borne aardappelen wordt er veel gebruikt gemaakt van drones om zo de gewasgroei in kaart te kunnen brengen. Onder deze drones kunnen er bij Van den Borne aardappelen 3 verschillende camara's hangen:

  1. RGB camera: Met deze camera kunnen onkruiden op een perceel herkent worden.
  2. Multispectrale camera: Met deze camera kunnen cholorofyl of biomassa kaarten gemaakt worden.
  3. Thermsiche camera: Met deze camera kan de temperatuur van het gewas weergegeven worden.
Met behulp van deze camera's kan er bijvoorbeeld een taakkaart gemaakt worden voor het bemesten of het variabel spuiten van het gewas.


Remote sensing:
Remote sensing is een techniek waarbij satellieten de aarde en atmosfeer vanaf honderden kilometers hoogte observeren. De satellieten meten stralingsgegevens van het aardoppervlak en zenden de informatie terug naar basisstations. Bewolking stoort meetgegevens. De observaties worden opgeslagen en verwerkt tot satellietbeelden.

De (polaire) satellieten die gebruikt worden voor remote sensing draaien voortdurend rondjes om de aarde. Op de satellieten zitten sensoren. Die tasten het aardoppervlak stukje voor stukje (10 x 10 m) af en meten het licht dat door de aarde wordt gereflecteerd (B, C en D). De reflectie is de verhouding door het gewas gereflecteerde zonlicht en het op het gewas invallende zonlicht. Deze metingen worden vervolgens als getallen opgeslagen en naar de aarde gezonden (E,F). Een sensor meet vaak één golflengte van het licht (eigenlijk: elektromagnetische straling) dat het aardoppervlak weerkaatst, bijvoorbeeld alleen blauw of infrarood licht.




































De meeste aardobservatie satellieten maken opnamen in meerdere golflengten, met andere woorden meerdere golflengtegebieden van het elektromagnetisch spectrum (zichtbaar licht, nabije en korte golf infrarood) worden door de satelliet waargenomen.
Door gebruik te maken van de rode en infrarode banden van een satellietbeeld kan een NDVI (Normalized Difference Vegetation Index) berekend worden. Aangenomen wordt dat de NDVI een goede schatter is voor de hoeveelheid stikstof in het blad. Door andere banden te gebruiken, is het mogelijk om andere parameters te bepalen. De bepaalde parameters zijn ter ondersteuning voor teeltmaatregelen (G). In onderstaande figuur is het principe van remote sensing weergegeven.